Voel het Vakbondsvuur, lieve Jetta


Gepubliceerd op 10 december 2011

Onderstaande opinie-artikel verscheen vandaag (10 december 2011) in ingekorte versie in de Volkskrant.

Vorige week beleefde de Nederlandse vakbeweging in het Overijsselse Dalfsen een wonderbaarlijke wedergeboorte. ‘Het Mirakel van Dalfsen’ werd het zelfs genoemd. Na enig sleutelwerk en wat praatsessies van de systeemtherapeuten Wijffels en Noten zag de top van de Nederlandse vakbeweging plots het licht. Het moet allemaal anders!
Een stukje ‘dichterbij de mensen’, een snufje ‘opbouw van onderop’ en, ja, een beetje ‘meer zoals in de schoonmaak’! Hoezo, in de schoonmaak? Wat doen ze daar dan? In die sector met al die verschillende kleuren, talen, en mentaliteiten? Van onzichtbare, onzekere mensen die zichzelf nauwelijks als volwaardige werknemer beschouwen, laat stáán dat ze hun stem zouden verheffen!

Toch hebben ze dat gedaan, in 2010, in de langste staking sinds 1933, negen (9!) weken lang. En ze wonnen! Een substantiële loonsverhoging én erkenning. Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau (nota bene), was de vakbeweging de enige maatschappelijke institutie die in 2010 aan vertrouwen wón, en dat, wij citeren, ‘dankzij de acties in de schoonmaak.’
Waarom worden de acties in de schoonmaak telkens genoemd als het gaat over de vernieuwing van de vakbeweging? Wat doen wij? Of: wat doen wij ánders? Dat ‘dichtbij de mensen’, dat ‘bouwen van onderop’ wat betekent dat eigenlijk?
Nou, bijvoorbeeld dat wij de vakbeweging niet zien als een klinische dienstverlener op afstand, een sociale ANWB, die komt voorrijden als je een probleem hebt. Niet als een /organisatie voor/, maar als een verbond ván. Van actieve, zelfbewuste, optimistische werknemers die hun eigen lot in handen nemen en verbeteren. Niet door maandelijks hun contributie over te maken, maar door zelf actief te zijn. Door weer recht te doen aan het begrip vak-beweging. Het woord zegt het al: vak-be-we-ging. Zo hebben wij dat gedaan in de schoonmaak.
Wij zoeken mensen op, op het werk, maar ook thuis en in het buurthuis, wij smeden een gemeenschap van werkelijk betrokken leden. Wij hebben het vakbondstoerisme afgezworen, van kaderleden die eigenlijk alleen maar vergaderingen met het management bijwonen en nauwelijks contact hebben met de mensen op de werkvloer.
Vergelijk het met de fitnessclub: van lid worden alleen wordt je niet fit, dat gebeurt pas als je er regelmatig heen gaat en traint. Zo zien wij de vakbond. Dan pas krijg je leden met wie je negen weken kunt staken. Mensen met wie je kunt winnen. Omdat ze authentiek zijn en strijden voor iets dat iedereen herkent, met een vuur dat niemand koud laat. Of zoals NRC Handelsblad onlangs schreef na een bijeenkomst van ons schoonmakersparlement: ‘De bezoeker kan onmogelijk stoïcijns blijven onder het gevoel van opwinding en enthousiasme dat in de zaal hangt.’
Maar een vakbond die echt van de mensen wil zijn, moet ook écht democratisch zijn. Transparant en democratisch. Dat is waar het misging afgelopen zomer.
Dat is waar de ruzie over de pensioendeal ten diepste over ging: democratie. De stem van gewone mensen.
De stem van gewone mensen.
Het schoonmakerparlement bestaat uit 75 schoonmakers uit het hele land, gekozen in lokale
comité’s. In zo’n comité kom je alleen als je de meerderheid van de mensen op jouw
werkplek georganiseerd hebt. Dus niet als cardcarrying member van de fitness, maar als je
echt traint. Mensen die campagne gevoerd hebben, mensen met een achterban. Georganiseerd
naar regio en naar beroepsgroep. Ziekenhuisschoonmaker, treinschoonmaker, huishoudelijk
werker. Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Den Haag. Het parlement kiest zijn eigen President
en die onderhandeld met de bedrijven. Het is de actieve democratie van onze échte vakbond
en die onderhandeld met de bedrijven. Het is de actieve democratie van onze échte vakbond
ván schoonmakers. Een weekendje Dalfsen kan veel betekenen en in een half jaartje
reorganiseren valt ongetwijfeld veel te bereiken. Maar het vakbondsvuur van een echte
vakbond kost tijd. Het vergt een mentaliteitsverandering. De schoonmaak, het jongste en
cultureel meest diverse vakbondsteam van Nederland bouwt al jaren aan zo’n vakbond. Aan
een vakbond die in staat is zwart, wit, grijs én groen in beweging te brengen. De noodzaak
van dát vakbondsvuur wordt elke dag opnieuw bewezen. Poets jij even drie keer zoveelbureaus, beste schoonmaker. Tik jij ook nog even een berichtje voor de website en een
‘samenvattinkje’ voor de nieuwsbrief, beste dagbladjournalist. De schijnwereld van oneindig
rekbare productiviteit en almaar stijgende werkdruk. Waarin schoonmakers voor afspraken
moeten strijden die voor vrijwel iedere Nederland doodnormaal zijn. Voor het doorbetalen
van de eerste 2 ziektedagen. Of voor een minder slopende werkdruk. Waarin de journalist
alleen maar genoeg tijd wil om een goed verhaal te maken. En z’n feiten te checken. Het is
de Bubbel van theoretische efficiency die elke dag verder wordt opgeblazen en op enig
moment in het gezicht van de vakmens uiteen spat.
Dáárom moet dat vakbondsvuur wakkeren, lieve Jetta. Kom het voelen op 16 december, bij
het Schoonmakersparlement. Kom en voel de warmte. Van de Vakbond van de
Werkelijkheid.

Khadija Tahiri-Hyati, schoonmaakster BovenIJ-ziekenhuis en de gekozen President van de
Vakbond van Schoonmakers
Ron Meyer, vakbondsbestuurder van de Vakbond van Schoonmakers.